
Het is moeilijk om voldoende warmte in het glas te krijgen, zonder dat de apparaten oververhit raken of dat er een enorme stroombehoefte is. Daarom maken we gebruik van kortgolfinfrarode elementen. Deze elementen zorgen ervoor dat er veel energie in een klein gebied wordt opgeslagen. We kiezen meestal lampen die zoveel mogelijk wattage per inch leveren. Hierdoor blijft het apparaat klein, maar kan het glas toch voldoende worden opgewarmd zodat de hars kan drogen of de verbindingen kunnen stollen.
We gebruiken ook elementen met lage inertie. Zij worden bijna instant heet en koelen net zo snel weer af. Dit is belangrijk, want anders zal het apparaat zelf alle warmte opnemen, in plaats van het glas.
Voor deze toepassingen gebruiken we kwarts-halogeenlampen. Gewoon glas kan de schokken die optreden wanneer de lampen snel aan en uit gaan niet aan. Bovendien zijn deze apparaten mobiel, dus ze zitten in een vrachtwagen. We gebruiken daarom compacte, trillingsbestende verbindingen, zodat de lampen niet losraken tijdens het rijden naar de plek van bestemming. Ook voegen we vaak speciale coatingen toe aan de kwartsbuizen. Dit helpt om de energie via het oppervlak van het glas te geleiden, in plaats van alleen de lucht eromheen op te warmen. Dat is efficiënter.
Er zijn echter ook nadelen. Het opwekken van zoveel warmte in zo’n klein gebied leidt tot ernstige oververhittingen. Je kunt deze apparaten niet zomaar aansluiten en hopen op het beste resultaat. Omdat het er zo heet wordt, moeten er hittebestendige materialen worden gebruikt voor het apparaat. Als de ventilatie niet goed werkt, kan het frame vervormen of kunnen de draden smelten.
Het is een kwestie van afwegen. Je geeft wel wat toe aan de cooling-capaciteit vergeleken met een grote verwarmingseenheid, maar in ruil daarvoor krijg je een portabel apparaat dat razendsnel werkt.